Spreeknormen

Verloopt de taalontwikkeling van mijn kind normaal?

Dat is een vraag die veel ouders zich wel eens stellen. Om een antwoord te krijgen op deze vraag kan je de SNEL-test doen. Ga hiervoor naar SNEL-TEST . Je kan ook de Minimum Spreeknormen overlopen, zoals die zijn ontwikkeld door Prof. Dr. S.M. Goorhuis-Brouwer (2007).

Als je bezorgd bent over de taalontwikkeling van jouw kind, kan je ons contacteren voor een taalontwikkelingsonderzoek. Het is belangrijk om taalproblemen zo vroeg mogelijk te detecteren. In deze flyer vind je informatie: 2018-03-24 – TOS – flyer

De geresiveerde minimum spreeknormen (G-MS) 

(Goorhuis-Brouwer, 2007)

Bij de Minimum Spreeknormen gaat het om de minimale prestatie. Dit betekent dat 90% van de kinderen de mijlpaal bereikt heeft. We moeten hierbij wel opmerken dat het tempo waarin kinderen de verschillende fasen doorlopen verschilt. Geen enkel kind ontwikkelt zich hetzelfde.

0 tot 1 jaar

  • Huilen, lachen en kraaien
  • Spelen met de stem, lippen, tong en gehemelte (vb. ‘ah’, ‘eh’)
  • Luisteren naar de stem van mama en kijken naar haar mond
  • Brabbelpatroontjes worden steeds langer en ingewikkelder (vb. ‘baba’, ‘dadada’).

1 tot 1 ½ jaar

  • Begrijpt opdrachtjes met 2 woorden
  • Kan 1 of meer lichaamsdelen aanwijzen
  • Veel en gevarieerd brabbelen met af en toe een herkenbaar woord

1 ½ jaar tot 2 jaar

  • Het kind kent 5 tot 10 woordjes (vb. ‘mama’, ‘papa’ , ‘eten’, …).

2 jaar tot  2 ½ jaar

  • Begrijpt zinnetjes met 3 woorden
  • Het kind spreekt in zinnen van twee woordjes (vb. ‘koek hebben’, ‘poes ook’, …)
  • De woordopbouw is vaak onvolledig (vb. ‘stoel’ = ‘toe’, ‘boterham’ = ‘bopam’)

2 ½ jaar tot 3 jaar

  • Het kind spreekt in zinnetjes van 3 woorden
  • De woordopbouw is nog onvolledig

3 jaar tot 3 ½ jaar

  •  Het kind spreekt in zinnetjes van 3 tot 5 woorden
  • Ongeveer de helft van wat het kind zegt, is verstaanbaar

3 ½ jaar tot 4 jaar

  • Het kind vertelt spontaan wel eens een verhaaltje
  • Ongeveer 50-75% van wat het kind zegt, is verstaanbaar

4 jaar tot 5 ½ jaar

  • Kan een verhaaltje navertellen aan de hand van plaatjes
  • Het kind gebruikt enkelvoudige zinnen
  • Het kind kan nog problemen  hebben met meervoudsvormen en vervoegingen
  • 75-90% van wat het kind zegt, is verstaanbaar

na 5 ½ jaar

  • Het kind maakt goed gevormde en ook samengestelde zinnen
  • Het kind is goed verstaanbaar
  • Het kind hanteert concreet taalgebruik