Dyslexieonderzoek 2
‘Ik moest overschrijven, dat was echt traumatiserend’, zegt ze als ze buitenkomt. ‘We hebben echt gelachen met mijn leesfouten. Ik denk dat jullie stagiaire het ook grappig vond.’
‘Hoop je stiekem dat het weg is?’, vraag ik. ‘Neen, het mag wel, maar moet niet’, antwoordt ze. ‘Denk jij dat het weg is?’, vraagt ze. Ik flap er iets te snel ‘Neen!’ uit. ‘Hoe weet je dat zo snel?’ volgt er. ‘Door wat jij net vertelde, maar Eline moet het natuurlijk nog uitrekenen’, herstel ik mezelf een beetje.
‘Zou je stiekem toch willen dat het verdwenen is?’ en terwijl ik het zeg, besef ik dat ik dat net ook al vroeg. ‘Neen, het maakt mij’. Ik weer: ‘Sommigen zouden zeggen Het kraakt mij’. ‘Wat bedoel je?’, vraagt ze. ‘Dat ik ook jongeren zie die zich schamen en niet hebben leren omgaan met dyslexie’, leg ik uit. ‘Ik had dat vroeger ook, maar nu heb ik het helemaal geaccepteerd. Niet dat ik er mee te koop loop, maar ik zeg het wel als het nodig is.’
Ik vraag niet verder, maar ben ongelooflijk trots op haar.